Kleren maken de man: powerdressing maakt indruk
Veel mensen kijken op tegen consultants. Ze rijden een dure auto, dragen een maatpak en hebben een bepaalde air over zich. Maar heeft al dit ‘power dressing’ eigenlijk een netto effect op de invloed van het advies dat gegeven wordt? Inderdaad, het gedoodverfde chique Armani-pak en de glimmende BMW op de parking bij de ingang dragen bij aan een grotere impact van het advies.
Dit is de conclusie van proefschrift Let Me Give You a Piece of Advice - Empirical Papers about Advice Taking in Marketing uitgevoerd door Stefanie Tzioti. Zij is donderdag 4 november 2010 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op dit onderwerp gepromoveerd.
Tzioti concludeert dat de expertise van de adviseur niet altijd de grootste drijfveer is om zijn advies aan te nemen. Integendeel, het lijkt erop dat het advies eerder wordt geslikt als de consultant voldoet aan het hiervoor geschetste clichébeeld. Zelfs als hij geen expertise heeft! Positief scoren de senioriteit van de adviseur én een rechtvaardiging van het advies.
Onder de nieuwe werkkostenregeling wordt straks een pak van de zaak, een mooi Armani-pak, de gewoonste zaak van de wereld. Een werknemer, en dus ook de directeur-grootaandeelhouder van de BV, kan zich belastingvrij in zo’n outfit hijsen, dankzij de vrije ruimte voor vergoedingen en verstrekkingen. En als de inspecteur de zakelijkheid van het dure kostuum in twijfel trekt – met een beroep op het gebruikelijkheidscriterium - dan kunt u hem academisch onderbouwd van repliek dienen.
De nieuwe wetgeving per 1 januari 2011
Per 1 januari 2011 treedt de nieuwe werkkostenregeling in werking. Als u veel vergoedingen en/of verstrekkingen aan uw personeel geeft, dan kan deze regeling grote gevolgen voor u hebben.
Er geldt een overgangstermijn van 3 jaren. U als werkgever kunt voor de jaren 2011, 2012 en 2013 ieder jaar vooraf kiezen of u de nieuwe regels wilt toepassen of dat u nog gebruik gaat maken van de huidige regels voor vergoedingen en verstrekkingen. Als wordt gekozen voor de wetgeving van de huidige regels geldt voor personeelsreizen en personeelsfeesten wel een maximum van € 454 per werknemer per jaar.
De werkkostenregeling is een nieuw systeem om de belastbaarheid van vergoedingen en verstrekkingen vast te stellen. Het gaat alleen om vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer.
Vergoedingen en verstrekkingen zijn in te delen in drie categorieën:
1. Gerichte vrijstellingen.
2. Intermediaire kosten.
3. Posten binnen het forfait van 1,4% van de totale loonsom.
1. Gerichte vrijstellingen
De volgende specifieke vergoedingen en verstrekkingen zijn onbelast:
reiskosten (€ 0,19 per kilometer);
abonnementen voor reizen met openbaar vervoer;
losse kaartjes voor zakelijk reizen met openbaar vervoer;
bijscholing, cursussen, congressen, training, studiekosten;
maaltijden bij overwerk, koopavonden, dienstreizen;
verblijfkosten door tijdelijke werkzaamheden elders (bijvoorbeeld maaltijden tijdens dienstreizen, maaltijden met zakelijke relaties voor zover de kosten betrekking hebben op de werknemer en dergelijke);
outplacement;
zakelijke verhuiskosten;
extraterritoriale kosten (30% regeling);
vakliteratuur;
inschrijving in een beroepsregister.
De kostenposten die onder de gerichte vrijstelling vallen, kunnen in de vorm van een vaste kostenvergoeding worden uitbetaald. Het is dan wel verplicht dat aan deze vaste kostenvergoeding een onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten ten grondslag ligt. Als er geen onderzoek is gedaan, valt de vaste vergoeding in het forfait van 1,4%.
2. Intermediaire kosten
Bij intermediaire kosten gaat het om kosten:
die betrekking hebben op de aanschaf of onderhoud van zaken die tot het vermogen van de werkgever behoren: bijvoorbeeld kosten die betrekking hebben op de auto van de zaak die aan de werknemer ter beschikking is gesteld, of
kosten die specifiek samenhangen met de bedrijfsvoering: bijvoorbeeld relatiegeschenken of de dinerkosten van de zakelijke relatie bij een diner met een zakelijke relatie.
Onder de werkkostenregeling mag een werkgever de intermediaire kosten onbelast vergoeden. Dit kan echter alleen op declaratiebasis. Bij de behandeling van de wet is expliciet aangegeven dat het niet mogelijk is intermediaire kosten op te nemen in een vaste kostenvergoeding.
Als dat wel gebeurt, valt deze vaste vergoeding in beginsel onder de forfaitaire ruimte van 1,4%.
3. Posten binnen het forfait van 1,4% van de totale loonsom
Een werkgever mag 1,4% van de totale loonsom gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Over de waarde van de vergoedingen en verstrekkingen die uitkomt boven de 1,4% is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd . Deze 80% is een werkgeverslast en kan niet op de werknemer verhaald worden. Er zijn geen werknemerspremies en premie zorgverzekeringswet verschuldigd.
In beginsel vallen alle vergoedingen en verstrekkingen die niet als gerichte vrijstellingen of intermediaire kosten aan te merken zijn onder dit forfait. Als voorwaarde geldt wel dat de vergoedingen en verstrekking niet in belangrijke mate (30%) hoger dan gebruikelijk zijn. Dat betekent dat het niet mogelijk is om een werknemer een extreem hoge vergoeding te geven die niet past bij zijn gebruikelijke kostenpatroon.
Ook kan een werkgever met zijn werknemer(s) afspreken dat bepaalde posten bij de werknemer als normaal loon belast worden.
Nihil-waardering
Er is een categorie verstrekkingen die onder het forfait van 1,4% valt, maar waarvoor een nihil-waardering geldt. Dat houdt in dat de verstrekking van deze posten feitelijk onbelast plaatsvindt.
Dit betreft de volgende verstrekkingen:
voorzieningen waarvan het niet gebruikelijk is deze elders te gebruiken of te verbruiken (het genot van de werkplek in brede zin, zoals van de computer, van het kopieerapparaat, de telefoon, de parkeerplaats op het terrein van de werkgever);
voorzieningen, in redelijkheid, die rechtstreeks voortvloeien uit het arbeidsomstandighedenbeleid dat de werkgever voert op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (een veiligheidsbril, een beeldschermbril, speciale isolerende en beschermende kleding, stoelmassage, en dergelijke);
consumpties, die geen deel uitmaken van een maaltijd (koffie, thee, snacks, soep, een gebakje bij een verjaardag);
ter beschikking gestelde kleding indien de kleding uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de vervulling van de dienstbetrekking te worden gedragen,
alsmede
ter beschikking gestelde kleding die achterblijft op de werkplek. Deze nihil-waardering gaat ook gelden voor bedrijfskleding met een logo van ten minste 70 cm2.
ter beschikking gestelde hulpmiddelen, waaronder computers en dergelijke apparatuur, gereedschappen en toebehoren, die geheel of nagenoeg geheel zakelijk gebruikt worden;
ter beschikking gestelde mobiele communicatiemiddelen - niet zijnde computers en dergelijke apparatuur -, waarvan het zakelijke gebruik van meer dan bijkomstig belang is (mobiele telefoon en dergelijke).
Onder voorwaarden worden de volgende loonbestanddelen ook op nihil gewaardeerd:
ter beschikking gestelde openbaar vervoer kaart of voordeelurenkaart;
rentevoordeel uit personeelsleningen die betrekking hebben op de aanschaf van een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter;
ziektekostenregeling in eigen beheer bij de werkgever.
Lagere of forfaitaire waardering
Verder zijn er verstrekkingen die onder het forfait van 1,4% vallen, maar waarvoor een lagere waardering geldt. Dat houdt in dat de verstrekking van deze posten lager gewaardeerd worden. De verstrekkingen met een lagere - of nihil-waardering zijn opgenomen in de concept Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (UR LB 2011).
De volgende loonbestanddelen worden forfaitair gewaardeerd wanneer deze geheel of gedeeltelijk op de werkplek worden gebruikt of verbruikt:
maaltijden: € 2,90 per maaltijd, dit geldt voor ontbijt, lunch en diner;
huisvesting en inwoning: € 5 per dag, inclusief het genot van energie, water en bewassing;
kinderopvang: aantal uur maal vastgestelde uurprijs;
voordeel (laagrentende) personeelslening: hiervoor geldt het rentepercentage dat in het economische verkeer gebruikelijk is.