woensdag 10 november 2010

De werkkostenregeling: op tijd aanpakken!

Kleren maken de man: powerdressing maakt indruk
Veel mensen kijken op tegen consultants. Ze rijden een dure auto, dragen een maatpak en hebben een bepaalde air over zich. Maar heeft al dit ‘power dressing’ eigenlijk een netto effect op de invloed van het advies dat gegeven wordt? Inderdaad, het gedoodverfde chique Armani-pak en de glimmende BMW op de parking bij de ingang dragen bij aan een grotere impact van het advies.
Dit is de conclusie van proefschrift Let Me Give You a Piece of Advice - Empirical Papers about Advice Taking in Marketing uitgevoerd door Stefanie Tzioti. Zij is donderdag 4 november 2010 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op dit onderwerp gepromoveerd.

Tzioti concludeert dat de expertise van de adviseur niet altijd de grootste drijfveer is om zijn advies aan te nemen. Integendeel, het lijkt erop dat het advies eerder wordt geslikt als de consultant voldoet aan het hiervoor geschetste clichébeeld. Zelfs als hij geen expertise heeft! Positief scoren de senioriteit van de adviseur én een rechtvaardiging van het advies.

Onder de nieuwe werkkostenregeling wordt straks een pak van de zaak, een mooi Armani-pak, de gewoonste zaak van de wereld. Een werknemer, en dus ook de directeur-grootaandeelhouder van de BV, kan zich belastingvrij in zo’n outfit hijsen, dankzij de vrije ruimte voor vergoedingen en verstrekkingen. En als de inspecteur de zakelijkheid van het dure kostuum in twijfel trekt – met een beroep op het gebruikelijkheidscriterium - dan kunt u hem academisch onderbouwd van repliek dienen.

De nieuwe wetgeving per 1 januari 2011
Per 1 januari 2011 treedt de nieuwe werkkostenregeling in werking. Als u veel vergoedingen en/of verstrekkingen aan uw personeel geeft, dan kan deze regeling grote gevolgen voor u hebben.
Er geldt een overgangstermijn van 3 jaren. U als werkgever kunt voor de jaren 2011, 2012 en 2013 ieder jaar vooraf kiezen of u de nieuwe regels wilt toepassen of dat u nog gebruik gaat maken van de huidige regels voor vergoedingen en verstrekkingen. Als wordt gekozen voor de wetgeving van de huidige regels geldt voor personeelsreizen en personeelsfeesten wel een maximum van € 454 per werknemer per jaar.

De werkkostenregeling is een nieuw systeem om de belastbaarheid van vergoedingen en verstrekkingen vast te stellen. Het gaat alleen om vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer.

Vergoedingen en verstrekkingen zijn in te delen in drie categorieën:
1. Gerichte vrijstellingen.
2. Intermediaire kosten.
3. Posten binnen het forfait van 1,4% van de totale loonsom.

1. Gerichte vrijstellingen
De volgende specifieke vergoedingen en verstrekkingen zijn onbelast:
 reiskosten (€ 0,19 per kilometer);
 abonnementen voor reizen met openbaar vervoer;
 losse kaartjes voor zakelijk reizen met openbaar vervoer;
 bijscholing, cursussen, congressen, training, studiekosten;
 maaltijden bij overwerk, koopavonden, dienstreizen;
 verblijfkosten door tijdelijke werkzaamheden elders (bijvoorbeeld maaltijden tijdens dienstreizen, maaltijden met zakelijke relaties voor zover de kosten betrekking hebben op de werknemer en dergelijke);
 outplacement;
 zakelijke verhuiskosten;
 extraterritoriale kosten (30% regeling);
 vakliteratuur;
 inschrijving in een beroepsregister.

De kostenposten die onder de gerichte vrijstelling vallen, kunnen in de vorm van een vaste kostenvergoeding worden uitbetaald. Het is dan wel verplicht dat aan deze vaste kostenvergoeding een onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten ten grondslag ligt. Als er geen onderzoek is gedaan, valt de vaste vergoeding in het forfait van 1,4%.


2. Intermediaire kosten
Bij intermediaire kosten gaat het om kosten:
 die betrekking hebben op de aanschaf of onderhoud van zaken die tot het vermogen van de werkgever behoren: bijvoorbeeld kosten die betrekking hebben op de auto van de zaak die aan de werknemer ter beschikking is gesteld, of
 kosten die specifiek samenhangen met de bedrijfsvoering: bijvoorbeeld relatiegeschenken of de dinerkosten van de zakelijke relatie bij een diner met een zakelijke relatie.

Onder de werkkostenregeling mag een werkgever de intermediaire kosten onbelast vergoeden. Dit kan echter alleen op declaratiebasis. Bij de behandeling van de wet is expliciet aangegeven dat het niet mogelijk is intermediaire kosten op te nemen in een vaste kostenvergoeding.
Als dat wel gebeurt, valt deze vaste vergoeding in beginsel onder de forfaitaire ruimte van 1,4%.


3. Posten binnen het forfait van 1,4% van de totale loonsom
Een werkgever mag 1,4% van de totale loonsom gebruiken voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Over de waarde van de vergoedingen en verstrekkingen die uitkomt boven de 1,4% is de werkgever 80% eindheffing verschuldigd . Deze 80% is een werkgeverslast en kan niet op de werknemer verhaald worden. Er zijn geen werknemerspremies en premie zorgverzekeringswet verschuldigd.

In beginsel vallen alle vergoedingen en verstrekkingen die niet als gerichte vrijstellingen of intermediaire kosten aan te merken zijn onder dit forfait. Als voorwaarde geldt wel dat de vergoedingen en verstrekking niet in belangrijke mate (30%) hoger dan gebruikelijk zijn. Dat betekent dat het niet mogelijk is om een werknemer een extreem hoge vergoeding te geven die niet past bij zijn gebruikelijke kostenpatroon.
Ook kan een werkgever met zijn werknemer(s) afspreken dat bepaalde posten bij de werknemer als normaal loon belast worden.

Nihil-waardering
Er is een categorie verstrekkingen die onder het forfait van 1,4% valt, maar waarvoor een nihil-waardering geldt. Dat houdt in dat de verstrekking van deze posten feitelijk onbelast plaatsvindt.
Dit betreft de volgende verstrekkingen:
 voorzieningen waarvan het niet gebruikelijk is deze elders te gebruiken of te verbruiken (het genot van de werkplek in brede zin, zoals van de computer, van het kopieerapparaat, de telefoon, de parkeerplaats op het terrein van de werkgever);
 voorzieningen, in redelijkheid, die rechtstreeks voortvloeien uit het arbeidsomstandighedenbeleid dat de werkgever voert op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (een veiligheidsbril, een beeldschermbril, speciale isolerende en beschermende kleding, stoelmassage, en dergelijke);
 consumpties, die geen deel uitmaken van een maaltijd (koffie, thee, snacks, soep, een gebakje bij een verjaardag);
 ter beschikking gestelde kleding indien de kleding uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om tijdens de vervulling van de dienstbetrekking te worden gedragen,
alsmede
 ter beschikking gestelde kleding die achterblijft op de werkplek. Deze nihil-waardering gaat ook gelden voor bedrijfskleding met een logo van ten minste 70 cm2.
 ter beschikking gestelde hulpmiddelen, waaronder computers en dergelijke apparatuur, gereedschappen en toebehoren, die geheel of nagenoeg geheel zakelijk gebruikt worden;
 ter beschikking gestelde mobiele communicatiemiddelen - niet zijnde computers en dergelijke apparatuur -, waarvan het zakelijke gebruik van meer dan bijkomstig belang is (mobiele telefoon en dergelijke).

Onder voorwaarden worden de volgende loonbestanddelen ook op nihil gewaardeerd:
 ter beschikking gestelde openbaar vervoer kaart of voordeelurenkaart;
 rentevoordeel uit personeelsleningen die betrekking hebben op de aanschaf van een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter;
 ziektekostenregeling in eigen beheer bij de werkgever.

Lagere of forfaitaire waardering
Verder zijn er verstrekkingen die onder het forfait van 1,4% vallen, maar waarvoor een lagere waardering geldt. Dat houdt in dat de verstrekking van deze posten lager gewaardeerd worden. De verstrekkingen met een lagere - of nihil-waardering zijn opgenomen in de concept Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (UR LB 2011).

De volgende loonbestanddelen worden forfaitair gewaardeerd wanneer deze geheel of gedeeltelijk op de werkplek worden gebruikt of verbruikt:
 maaltijden: € 2,90 per maaltijd, dit geldt voor ontbijt, lunch en diner;
 huisvesting en inwoning: € 5 per dag, inclusief het genot van energie, water en bewassing;
 kinderopvang: aantal uur maal vastgestelde uurprijs;
 voordeel (laagrentende) personeelslening: hiervoor geldt het rentepercentage dat in het economische verkeer gebruikelijk is.

donderdag 14 oktober 2010

Belastinginspecteur moet zich matigen

Na vier jaar parlementaire behandeling wordt het speelveld tussen fiscus en belastingplichtige vlakker. Door de inspanningen van VVD-kamerlid Ineke Dezentjé Hamming zullen belastinginspecteurs zich voortaan hoeden voor het overmatig opvragen van informatie bij bedrijven en particulieren.
Aanstaande dinsdag stemt een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in met het voorstel van Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink en Ed Groot(PvdA) om de informatiezucht van belastinginspecteurs aan banden te leggen en de rechtsbescherming van belastingplichtigen te verbeteren. Daarmee is een van de grootste ergernissen van vooral het midden-en kleinbedrijf binnenkort verleden tijd. Vijf vragen aan de initiatiefneemster.

Waarom was er behoefte aan dit wetsvoorstel?
'Vanuit het bedrijfsleven en de belastingadviespraktijk werd steen en been geklaagd over de soms ongebreidelde informatiebehoefte van de fiscus. Ik geef twee voorbeelden. Een ondernemer moet zijn correspondentie met zijn Franse dochteronderneming overleggen aan de inspecteur en die eist dat dit wordt vertaald in het Nederlands. In een ander geval moest een bedrijf alle inkomende en uitgaande email van de afgelopen vijf jaar binnen zes weken overhandigen. Dat gaat verder dan de wet vereist.'

Een belastingplichtige kan daartegen toch bezwaar maken?
' Nee, dat kan onder de huidige wetgeving niet. Bij weigering om de gevraagde informatie te leveren is de ondernemer in beginsel strafbaar. Belangrijk is dat de bewijslast wordt omgekeerd. In die situatie kan de inspecteur een zeer hoge aanslag opleggen waarna de ondernemer overtuigend moet bewijzen dat die niet klopt. Dat lukt in de praktijk bijna nooit.'

Dus stelde u voor om de mogelijkheid tot het maken van bezwaar hiertegen wel in te bouwen?
'Ja, die mogelijkheid wilden wij opnemen in de wet, maar dat stuitte op grote weerstand bij het ministerie van Financiën. Dat voorzag een golf van bezwaarschriften en rechtszaken waardoor Belastingdienst en rechtbanken in de knel kwamen. De extra jaarlijkse uitvoeringskosten van ons oorspronkelijke voorstel zouden volgens Financiën €38 mln bedragen. Daarvoor was geen dekking en de toenmalige staatssecretaris Jan Kees de Jager ontraadde het wetsvoorstel. Wij waren daar veel minder bang voor omdat ondernemers wel iets anders te doen hebben dan bezwaar te maken en procedures te voeren. Maar goed,we zijn vervolgens in overleg gegaan met het ministerie en de Belastingdienst en daar is dit compromis uit gerold. '

Het huidige compromisvoorstel heeft wel de steun van de minister. Wat is er veranderd ten opzichte van het origineel?

'In het eerste voorstel kon de belastingplichtige de inspecteur te verzoeken om een zogeheten voor bezwaar vatbare beschikking af te geven. Het initiatief lag in dat geval bij de belastingplichtige. In het aangepaste wetsvoorstel is dat veranderd. Als de belastingplichtige in de ogen van de inspecteur onvolledig of niet-tijdig informatie geeft, kan de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking afgeven. Hiermee komt dus het initiatief bij de inspecteur te liggen. Doet hij dat niet, dan verliest hij de mogelijkheid om de bewijslast om te keren. Daarmee heeft de Belastingdienst zelf in de hand hoeveel bezwaarprocedures hij over zich afroept. Daardoor zullen de uitvoeringskosten sterk dalen. De raming is nu dat dit circa €4 mln aan extra kosten oplevert, waarvan de helft bij de Belastingdienst en de andere helft bij de rechtbanken. De minister vindt die kosten te overzien. '

Wanneer worden de nieuwe maatregelen van kracht?

´Na goedkeuring door de Tweede Kamer moet ook de Eerste Kamer nog groen licht geven. Daarna zal de Belastingdienst het moeten invoeren. We mikken op medio 2011. Dat het proces zo lang heeft geduurd, heeft te maken met de complexiteit van de materie. Ook de bankencrisis heeft de behandeling ervan in de Kamer doorkruist. Al met al ben ik blij dat belastingplichtigen en fiscus nu over gelijke wapens beschikken. ´

Copyright (c) 2010 Het Financieele Dagblad

maandag 27 september 2010

Waarom een accountant zinvol is!

Onderstaande blog van Miranda Apeldoorn kwam ik toevallig tegen op het internet (zie bronvermelding hieronder). Ik zou het zelf niet beter kunnen verwoorden.

Een van de vragen die zelfstandigen en freelancers me het meest stellen is: ken je een goede boekhouder?
Ik antwoord dan altijd dat ik een accountant heb, in plaats van een boekhouder. En: ik heb expres een accountant, in plaats van dat ik mijn belastingzaken helemaal zelf regel.

Om met dat laatste te beginnen: er is natuurlijk niks mis mee, zelf je belastingzaken te be- en ontcijferen! Integendeel! Maar ik heb het altijd een beetje zonde van mijn kostbare tijd gevonden.

Ik vind er namelijk niks aan mijn belastingaangifte te doen en mijn jaarrekening op te stellen. En ik kan dat ook niet even goed en snel als iemand die er zich in gespecialiseerd heeft. Ik ben dus liever bezig met geld verdienen met doen wat ik leuk vind, dan geld besparen met doen wat ik niks aan vind.

Hoe denk jij hierover? Twijfel je wel eens over alles zelf doen of sommige ondernemerszaken uitbesteden? In dit blog heb ik ooit eens een aantal vragen op een rij gezet, die je kunnen helpen jouw houding tegenover ‘in eigen hand houden’ of ‘uitbesteden’ te bepalen.

Waarom heb ik een accountant? Omdat ik het een prettig idee vindt, dat hij zich (verplicht) blijft bijscholen. Als je het nieuws volgt, dan weet je hoe vaak er wel niet iets verandert op het gebied van belasting- en ondernemersspelregels. Een accountant moet bovendien een post hbo of wo-opleiding hebben gevolgd, en moet zich aan gedrags- en beroepsregels houden die in een openbaar register staan.

Daar staat tegenover dat in principe iedereen zich boekhouder mag noemen. Het is geen wettelijk beschermde titel met bijbehorende vereisten. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er geen uitstekende boekhouders rondlopen. Of geen slechte accountants! Echter, als ondernemer blijf je altijd eindverantwoordelijk voor alles wat je inlevert bij de Belastingdienst. Daarom vind ik het zelf fijn dat degene die ook al mijn cijfers doorgelopen heeft, actueel is bijgeschoold en is gebonden aan beroepsregels en al.

Of je nou een boekhouder of accountant in de arm neemt, let in ieder geval even op de volgende zaken:

- Bekendheid met jouw branche: hoe ziet het klantenbestand van jouw cijferkundige er verder uit? Zitten er soortgelijke ondernemingen of mensen met hetzelfde beroep als jij bij?

- Kosten: het heeft zeker zin om meerdere kennismakingsgesprekken te voeren, meerdere offertes op te vragen. Gehanteerde tarieven kunnen onderling zeer verschillen. Vraag ook eens of je een factuur kunt verwachten bij ieder telefoontje dat je pleegt, of dat af en toe een vraag stellen over je administratie gewoon onder het kopje service valt.

- Door meerdere gesprekken te voeren, ontdek je bovendien iets anders, dat net zo belangrijk kan zijn als de kosten: klikt het? Mijn allereerste accountant ooit deed nogal geringschattend over mijn bedrijf(svoering). Die heb ik snel ingewisseld voor iemand die me als beginner een beetje opvoedde met wat goede tips, en die het nooit moe wordt me nog eens de FOR uit te leggen.

- ‘Houdbaarheid’: ik ben van de duurzame relaties, dus ik vind het prettig dat ik al jarenlang dezelfde accountant heb. Die is partner bij een klein kantoor, dus ik verwacht ook niet dat hij snel weg gaat. Die kans is ook klein bij een zelfstandige boekhouder of accountant, denk ik. Maar die kans heb je wel als je iemand vindt bij een groot kantoor: jouw contactpersoon kan promotie maken. (Of voor zichzelf beginnen natuurlijk :-)

- Boekhoudprogramma: als je werkt met een boekhoudprogramma is het handig als jouw boekhouder/accountant met hetzelfde programma werkt. Dat maakt de uitwisseling van gegevens een stuk makkelijker.

Dit artikel was mijn manier om je te zeggen: ik hoop dat je (boek)jaar 2009 mooi hebt kunnen afsluiten. En dat het in 2010 nog mooier voor je wordt. Met mijn blog wil ik daar in ieder geval aan bijdragen.

Dit was een blog van Miranda Apeldoorn (ZinVol).
http://www.ditiszinvol.nl/blog/280/Waarom-een-accountant-zinvol-is

woensdag 22 september 2010

Belastingplan 2011

Hieronder de belangrijkste punten van het belastingplan 2011:

Inkomstenbelasting 2011
  • Het tarief in de 1e schijf van de loon- en inkomstenbelasting (inkomen tot € 18.628) gaat omlaag naar 33,0% (in 2010 33,45% bij een inkomen tot € 18.218).
  • Om participatie te stimuleren wordt verder de arbeidskorting iets verhoogd naar € 1.505 (2010: € 1.496).
  • Verder profiteren 65-plussers van een hogere ouderenkorting (van € 684 in 2010 naar € 739 in 2011).

Vennootschapsbelasting 2011
  • Het algemene tarief van de vennootschapsbelasting wordt met ingang van 1 januari 2011 met een half procent verlaagd tot 25%. Voor het zogenoemde ‘MKB-tarief’ van 20% is de grens van € 200.000 aan winst niet langer tijdelijk, maar definitief.
  • Tarief per 2011
    • Winst tot € 200.000 20%
    • Winst boven € 200.000 25% (in 2010 25,5%)
  • De tijdelijke verruiming van de achterwaartse verliesverrekening met twee jaar geldt ook voor 2011.
  • Met ingang van 2011 is het voordeel van de innovatiebox (een tarief van 5% in de vennootschapsbelasting) ook van toepassing op winst uit innovatieve activiteiten in de periode tussen de aanvraag en het verkrijgen van een octrooi.
  • De tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving op investeringen in bedrijfsmiddelen wordt met een jaar verlengd. Dit betekent dat ook investeringen die gedaan worden in 2011 in twee jaar kunnen worden afgeschreven.

Omzetbelasting 2011
  • Ondernemers kunnen sinds juli 2009 kiezen om de aangifte en afdracht van btw per kwartaal te doen in plaats van per maand. Deze tijdelijke maatregel wordt structureel gemaakt. Ondernemers kunnen dus ook in de toekomst hun btw-aangifte per kwartaal blijven doen.
  • Het btw-tarief voor renovatie en herstel van woningen ouder dan twee jaar gaat in de periode van 1 oktober 2010 tot 1 juli 2011 omlaag van 19% naar 6%.

Loonbelasting
  • De werkkostenregeling, die in 2011 van kracht wordt, wordt op verzoek van werkgevers op een aantal punten versoepeld:
    • Werkkleding met een groot bedrijfslogo wordt – anders dan oorspronkelijk de bedoeling was – op nihil gewaardeerd en komt daarmee niet ten laste van het forfait.
    • Vakliteratuur en de inschrijfkosten van beroepsregisters worden toegevoegd aan de gerichte vrijstellingen die niet ten koste gaan van het forfait.
  • Stimuleren speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)
    Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering van loonbelasting krijgen voor werknemers die speur- en ontwikkelingswerk verrichten. In deze fiscale stimuleringsregeling verdwijnen de tijdelijke crisismaatregelen, maar tegelijkertijd wordt de regeling ten opzichte van de oorspronkelijke opzet uit 2008 op diverse punten blijvend verruimd. In 2011 kan de werkgever een afdrachtvermindering van 46% toepassen op het totale S&O-loon tot een grens van € 220.000. Voor het meerdere geldt een afdrachtvermindering van 16%. Het plafond (het maximumbedrag aan afdrachtvermindering) bedraagt voor 2011 € 11 miljoen.

Eigen woning
  • De maximale termijn voor het behoud van hypotheekrenteaftrek bij verkoop van de voormalige eigen woning wordt verlengd van twee naar drie jaar. Ook de maximale termijn voor het verkrijgen van hypotheekrenteaftrek voor de nog leegstaande toekomstige eigen woning en de toekomstige eigen woning in aanbouw wordt verlengd van twee jaar tot drie jaar. Deze verlengingen van termijnen geldt tot 1 januari 2013.
  • De regeling voor herleving van de hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur wordt met een jaar verlengd tot 1 januari 2013.
  • Constructies met de regeling van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld worden bestreden. Het gaat om maatregelen bij personeelsleningen en bij leningen met nihilrente van directeur-grootaandeelhouders.

maandag 20 september 2010

Haal het maximale uit uw accountant

Slechts 10.000 Nederlandse bedrijven hebben strikt genomen een accountant nodig. Maar in de dagelijkse praktijk gebruiken vrijwel alle bedrijven een accountant. Wat mag u verwachten van uw accountant?

Inzicht in cijfers
U kunt de administratie, jaarrekening en belastingaangifte ook zelf verzorgen met een goed softwarepakket. De toegevoegde waarde van accountants zit ‘m in de bespreking van de jaarstukken zodat u de cijfers ook daadwerkelijk kunt interpreteren. Met de kennis die hij heeft van u en uw onderneming is het mogelijk met hem te sparren en kan hij u algemene adviezen geven die u tijd en geld kunnen opleveren.

Goede raad
Een vertrouwensband met uw accountant is noodzaak. Vertrouwt u uw accountant na een paar jaar nog niet, dan wordt het tijd om te switchen. Maar pas op: zodra die goede band er is, komen u en uw accountant in een grijs gebied van raad geven, adviseren en beslissen terecht. Een accountant mag nooit beslissingen nemen in uw bedrijf.

Onafhankelijk
De onafhankelijkheid van uw accountant is het enige waarvan u écht op aan moet kunnen.Wanneer in de praktijk problemen ontstaan gaat het vaak om accountants die te veel betrokken zijn geraakt bij de onderneming. In lastige situaties, bijvoorbeeld bij tegenvallende prognoses voor een nieuw plan, kan de accountant met zichzelf in tweestrijd komen. Zal hij de cijfers wat gunstiger maken of niet? De ondernemer kan dan niet meer rekenen op een helder, objectief klankbord. De buitenwereld kan niet meer vertrouwen op rapporten die de accountant over het desbetreffende bedrijf maakt.

Doorverwijzing
Bij problemen kan een accountant raad en adviezen geven, mits hij deskundig is op dat terrein. Registeraccountant Peter Beelen: 'We zijn een soort huisarts voor die ondernemer. We stellen een diagnose en vervolgens sturen we de patiënt naar een specialist.' Deze specialisten zijn bijvoorbeeld: fiscaal juristen, organisatieadviseurs en financieringsspecialisten.

In gesprek met de bank
Ook in de omgang met buitenstaanders kan de accountant u van pas komen. Eén van de belangrijkste: bij de bank. De bank heeft er alle belang bij dat de ondernemer zijn vak goed uitoefent en dat de administratieve en financiële zaken soepel verlopen.
Een tweede rol spelen accountants bij het verlenen van kredieten. Banken willen graag dat uw accountant uw investeringsvoorstellen kritisch doorlicht, zoals begrotingen, prognoses en andere financiële zaken. Bij kredietverlening kan de persoonlijke relatie tussen bankier en accountant bovendien doorslaggevend zijn.

Verzekerd
Het geld dat u aan accountants betaalt, kunt u zien als een soort verzekeringspremie. U verzekert zich tegen onverwachte zaken zoals plotselinge belastingaanslagen en andere financiële verrassingen. Goedkoop kan ook hier duurkoop zijn. Zorg dat u kwaliteit in huis haalt. Als check kunt u voordat u kiest, altijd bij uw bank vragen naar de reputatie van de betreffende accountant.

Gespecificeerde rekening
Accountants zijn niet goedkoop. De tarieven variëren van € 75 tot een slordige € 150 per uur. Daarom is het verstandig een gespecificeerde rekening op te vragen. Dan weet u waaraan die dure uren precies worden besteed. Als u al na een paar gesprekken wordt afgescheept met een medewerker, moet u maken dat u wegkomt. 'Trap er niet in en neem geen genoegen met tweede keus als je voor eerste keus betaalt, adviseert Albert Harmsen van NovAA.

Bronnen: Albert Harmsen, voorzitter van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA); Registeraccountant Peter Beelen; Jan Molenaar, onderdirecteur van de afdeling Bedrijven bij Rabobank Nederland in Eindhoven.
http://www.zibb.nl/Financien/Financien-artikel.htm?contentid=121856

woensdag 15 september 2010

Financiering pensioen, laatste kans

Veel directeuren-grootaandeelhouders regelen hun pensioenrechten in eigen beheer. Dat kan bij de werkgever-BV zijn; maar ook een andere BV, bijvoorbeeld een pensioen-BV, kan als uitvoerder optreden. Wat staat er op stapel?

Pensioen in aparte BV

Als het pensioen van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) is ondergebracht in een aparte BV (en de werkgever dus een andere BV is dan de uitvoerder van de pensioenregeling), is de werkgever jaarlijks een premie aan de uitvoerende BV verschuldigd.

Financieringsovereenkomst. De hoogte van die premie dient zakelijk te worden berekend overeenkomstig de in een financieringsovereenkomst vastgelegde afspraken.

Hoogte pensioenpremie

De hoogte van de premie wordt met name beïnvloed door de rente waarmee wordt gerekend bij het vaststellen van het benodigde pensioenvermogen, alsmede door de indexatie van de toekomstige uitkeringen.

Rekenrente. In het verleden werd bij het bepalen van de hoogte van de rente vrijwel altijd uitgegaan van een rente van 4%. Een aantal jaren geleden heeft de Belastingdienst - naar aanleiding van rechtspraak van de Hoge Raad - aangegeven dat dit niet langer mag. Let op. Voortaan moet gerekend worden met een (op dit moment: lagere) marktrente voor langlopende leningen.

Indexatie. Wat betreft de indexatie is aangegeven dat uitgegaan mag worden van een vaste indexatie van 2% per jaar.

In de praktijk betekent een en ander dat de pensioenpremie omhooggaat. Dat verlaagt de winst van de werkgever ten gunste van het vermogen van de pensioen-BV. Dat lijkt - met het oog op uw oudedag - zelfs gunstig.

Let op. De indexatie van pensioen heeft overigens nog andere - meer vervelende - gevolgen.

Voor zover de premie ziet op de indexatielast, is die fiscaal namelijk niet direct aftrekbaar, maar pas in het jaar van betaling van de indexatie. Dat vereist een aparte administratie.

Maken de werkgever-BV en de pensioen-BV deel uit van één fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, dan lijkt een en ander niet direct van belang. Dat kan echter met name anders worden bij een toekomstige verbreking van de fiscale eenheid. Het kan dus ook in die situatie raadzaam zijn om over te gaan tot herziening van de gemaakte financieringsafspraken.

Herziening financieringsovereenkomst

Vóór eind van dit jaar. Destijds is goedgekeurd dat bestaande schriftelijke financieringsovereenkomsten ongewijzigd kunnen worden voortgezet tot uiterlijk 31 december 2010. Deze datum nadert snel. Voor zover dit nog niet is gebeurd, moet dit dus nu bekeken worden.

Daarbij kunnen in ieder geval de volgende mogelijkheden overwogen worden.

Nieuwe financieringsovereenkomst. Allereerst kan een nieuwe financieringsovereenkomst worden opgesteld, waarbij de rekenrente en de vaste indexatie opnieuw worden vastgesteld.

Indexatiebepaling schrappen. U zou ook kunnen overwegen om de indexatiebepaling in uw pensioenovereenkomst te schrappen.

Pensioen bij werkgever. Deze problematiek kan ook worden voorkomen door de werkgever-BV (weer) als pensioenuitvoerder op te laten treden.

Pensioen bij verzekeringsmaatschappij. U kunt zelfs overwegen om de pensioenverplichting onder te brengen bij een professionele verzekeringsmaatschappij.

Als uw pensioen is ondergebracht in een aparte pensioen-BV, moet de financieringsovereenkomst met deze BV vóór 31 december a.s. zijn aangepast aan de nieuwe regels voor de berekening van uw pensioenvermogen.

Bron: Tips & Advies Belastingen
http://lite.indicator.nl/belastingen/article.php?nlid=NLTABTAR_EU151304&src=recent&v=15&i=13

maandag 13 september 2010

Investeringen plannen loont nog steeds voor KIA

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) wordt in 2010 anders berekend dan voorheen: de regeling kent nu nog slechts twee schijven met een verschillende investeringsaftrek. Voor investeringen tot € 54.000 geldt een aftrek van 28%, voor investeringen boven de € 54.000 tot € 100.000 geldt een vaste aftrek van € 15.120. Voor investeringen boven de € 100.000 moet die vaste aftrek verminderd worden met 7,56% van het meerdere investeringsbedrag.
Een investering van € 54.000 levert een aftrek op van € 15.120, een investering van € 100.000 ook. Als u de investeringen boven de € 54.000 kunt uitstellen tot volgend jaar, levert u dat een extra investeringsaftrek op van 28% over € 46.000, ofwel € 12.880. U ziet het: het optimaliseren van de KIA loont.